homepage
line

Samenwoner bleef aansprakelijk voor hypotheek

Echtgenoten die gaan scheiden moeten naar de advocaat, maar ook samenwoners die uit elkaar gaan moeten veel regelen.

Het komt regelmatig voor dat het huis van de samenwoners al voordat zij een relatie kregen op naam van een van de partners stond. Soms wordt gedurende de relatie de hypotheeklening een keer verhoogd. Dan kan het voorkomen dat de partner die geen eigenaar is van de woning, door de bank wordt gevraagd om mee te tekenen voor de nieuwe hypotheekschuld. Bij het einde van de relatie vertrekt deze partner dan vaak uit het huis, maar blijft ongemerkt aansprakelijk voor de hypotheek. Pas als deze partner zelf een nieuw huis wil kopen, blijkt dat het afsluiten van een hypotheeklening niet zo makkelijk gaat, omdat de hypotheek uit de vorige relatie nog openstaat.

Onlangs moest de rechtbank oordelen over een stel, waarvan de relatie al twaalf jaar geleden is beƫindigd. De vrouw blijkt nog steeds hoofdelijk aansprakelijk te zijn voor een gezamenlijke hypotheek.

De vrouw vraagt de rechtbank vast te stellen dat haar ex zo spoedig mogelijk moet zorgen dat zij wordt ontslagen uit haar hypotheekverplichtingen, zo nodig door verkoop van de woning. De vrouw heeft inmiddels een nieuw gezin en zij wil zelf een woning kopen maar kan door de nog bestaande oude hypotheekschuld zelf geen nieuwe hypotheeklening krijgen.

Alhoewel de rechtbank vindt dat het eigendomsrecht van de man heel sterk is, moet de man in dit bijzondere geval toch het huis gaan verkopen. Als redenen voert de rechtbank aan dat de man weinig inkomen heeft en de kans bestaat dat hij de hypotheek binnenkort niet meer kan betalen, waardoor de vrouw door de bank aangesproken kan worden. Daarnaast is de huizenmarkt gunstig waardoor zelfs wat overwaarde verwacht wordt voor de man. Ook het belang van de vrouw om na twaalf jaar haar leven te kunnen voortzetten weegt de rechtbank mee.

Bent u samenwoner en heeft een van u een woning waar u samen aan meebetaalt? Neem dan tijdig contact op met ons kantoor om daarover goede afspraken te maken.

Bron: Rb. Rotterdam 29 mei 2019, nr. C/10/558709 / HA ZA 18-890 (ECLI:NL:RBROT:2019:4604).