homepage

GEWOON ZAANS

line

Tot de dood ons scheidt ….

Notaris Rik Jacobs

 

1 augustus 2016

Sputterend zit ze tegenover me. Mevrouw C heeft net iets vreselijks uitgevonden: het weduwenpensioen van haar recentelijk overleden man gaat voor het grootste deel naar mevrouw A, de als jeugdzonde beschouwde eerste echtgenote van meneer C. Dit huwelijk had nog geen decennium stand gehouden, er waren geen kinderen en elkaar werd een gelukkige toekomst gewenst, zonder elkaar. Het convenant voorzag in een eerlijke verdeling van de materiële zaken waarbij zij hem zijn onderneming gunde en de overeenkomst werd ter notariaat bezegeld met een handtekening. Met deze 'clean cut' gingen de voormalige geliefden ieder hun weg.

Meneer C ontmoette juffrouw B en maakte haar de nieuwe mevrouw C. Zij hadden een gelukkig huwelijk en kregen drie zonen. Samen zette het paar C de schouders eronder om het huishouden en de onderneming draaiende te houden maar kon niet voorkomen dat er tijdens de recessie flink werd ingeteerd op het bedrijfskapitaal. Toen viel de klap. C klaagde over hoofdpijn, wankelde en viel neer. Morsdood.

Mevrouw C trad buiten zichzelf om haar drie jongetjes op te vangen. Zij moesten verder. Na de eerste roes en diepste rouw kwam het besef dat er financieel orde op zaken moest komen. Liquiditatie van het bedrijf leverde net genoeg op voor de eerste maanden.

En toen lag daar ineens de brief van het pensioenfonds waar haar echtgenoot, toen hij nog voor een baas werkte, had bijgedragen aan zijn eigen oudedagsvoorziening. Het schrijven kwam niet totaal uit de lucht vallen, elk jaar werden de C's verheugd met een overzicht van de opgebouwde pensioenrechten. Hoe vaak hadden ze niet gelachen om de cruises die ze van het geld konden maken, twee keer per jaar met de veerboot heen en weer naar Terschelling. Dat zij aanspraak zouden moeten maken op het weduwen- en wezendeel, daar hadden ze toen totaal niet bij stilgestaan. Waarom zouden ze ook?

Hadden ze het toch maar gedaan...

In het echtscheidingsconvenant, destijds door meneer C en mevrouw A getekend, was niets opgenomen over afstand van verevening van onderlinge pensioenaanspraken, iets wat ik eigenlijk standaard voorstel bij een dergelijke 'clean cut' scheiding.

Dat betekende automatisch dat mevrouw A recht kreeg op het bijzonder partnerpensioen van haar onlangs overleden ex-partner. Ten koste van het weduwenpensioen van de huidige mevrouw C. De oneerlijkheid van die situatie spatte uit de ogen van mevrouw C, zij had immers drie jongens om voor te zorgen en moest hard werken om de eindjes aan elkaar te knopen. En mevrouw A kreeg de centjes gewoon op haar rekening gestort! Helaas kon ik weinig voor haar betekenen behalve mevrouw A uit te nodigen om afstand te doen van haar rechten, ten gunste van mevrouw C. Dit liep gelukkig goed af. Mevrouw A betreurde het verscheiden van haar eerste liefde en, heel belangrijk, had het geld niet nodig. Zij gunde het geld aan de halfverweesde zoontjes van mevrouw C. Dit verhaal liep dus zo goed af als maar mogelijk was in deze slechte situatie. Maar ik had het de beide mevrouwen graag bespaard...